Even op ziekenbezoek bij David

Nadat het bericht over de ziekte van David op een weblog werd vermeld, heb ik een kaart gemaakt met een paar foto´s en een bijbeltekst ter bemoediging en troost. Terwijl ik het adres op de enveloppe schrijf realiseer ik me dat het AMC in de buurt is van het architectenbureau waar ik werk.
Ik besluit de kaart zelf te bezorgen.

Na een kort ritje met de auto van kantoor naar het ziekenhuis loop ik het immense bouwwerk in en dwaal door de eindloze gangen en binnenterrassen. Het lijkt net een overdekt uitgaanscentrum, waar in het middaguur, heerlijke etensgeuren mijn neus strelen. Ik heb mijn lunch nog op kantoor staan en het kost mij moeite om de uitgiftebalies met eten voorbij te gaan.

Een groot winkelcentrum, maar dan met mensen die of bezorgd of pijnlijk door de gangen lopen. Alleen het personeel, herkenbaar door de witte kleding, zorgt soms voor een vrolijke noot.

Het duurt lang bij de lift en ik ben vol ongeduld en ongedurigheid. Wie zal ik straks in een ziekbed zien liggen, hoe zou die ontmoeting gaan en zal ik woorden kunnen spreken van troost? Al deze gedachten maken dat ik besluit met de trap naar de 6e verdieping te gaan. Na de vierde verdieping ontdek ik dat elk verdieping uit twee bouwlagen bestaat. Eèn waar je kunt komen en gaan en de ander is voor de technische installatie. Verdiepingshoog is die technieklaag. Bij de vierde verdieping heb ik dus al trappen belopen voor 7 verdiepingen. De 4e, 5e en 6e verdieping hebben geen tussenlaag.

Enigszins buiten adem, met trillende knieën en wat licht in het hoofd kom ik, vrijdag 31 maart, op de afdeling waar David ligt. Bezoektijd van 15.00 -20.00 uur. De moed zinkt me in de schoenen. Al die trappen voor niets?

Bij een balie met veel mensen in witte kleding vraag ik of ik de enveloppe daar kan afgeven. "Bij wie?", vraagt de verpleger en ik noem de naam, David van Campen*. "O, maar dan mag u die enveloppe zelf wel even afgeven", zei de verpleger. Ik moet die man heel erg dankbaar hebben aangekeken, want zijn gezicht straalt als ik hem hartelijk bedank voor het antwoord.

Een lange inleiding, maar het geeft aan hoe ik de kamer van David binnenga. Daar ligt een man van ongeveer mijn leeftijd (52 jaar) met een volle baard. Hij kijkt mij verbaasd aan en ik stel mij voor.

In het 1/2 uur daarna hebben we veel gedeeld van ons leven en ons geloof. Ik bekijk foto´s van zijn familie. David heeft een goede herinnering aan de bijeenkomst met een aantal gezamelijke kennissen in Stavoren. Hij vertelt van zijn ziekte en zijn levensverwachting.
We spreken ook over onze geloofsbeleving. Waar ik ook ben en wat er ook met mij gebeurd, ik weet dat God zich over mij ontfermt en voor mij zorgt en waakt over degene die mij lief zijn. Dat is de geloofsbelijdenis die David uitspreekt in dat ziekenhuisbed. Hij is van plan om zoveel mogelijk strijd te leveren tegen de ziekte die zijn lever heeft aangetast.

Er zijn ook momenten van stilte, van wederzijds begrip, van bewogenheid met elkaar. Na bijna een half uur zie ik dat David vermoeid raakt.
Mag ik met je bidden?
Ja, dat was goed.
Ik bid voor David en zijn familie.
Na een moment van stilte geven wij elkaar een hand en nemen afscheid.
Misschien ontmoeten we elkaar nog op deze wereld, zegt hij, maar anders zien we elkaar terug in de geborgenheid van Gods eeuwige Liefde.

Zo nemen twee mannen, de een mijn pijn in zijn buik en de ander met pijn in zijn hart, afscheid. Eerst twee onbekenden, nu twee vrienden.

Met de lift naar de begane grond en, in mijn gedachten nog bij het gesprek, terug naar mijn werk. Stil zit ik die middag aan mijn bureau te werken. Het is vrijdag 31 maart 2006.

Nu vind ik even tijd om te schrijven en het lukt niet met een kort bericht. Het is bijna te veel leven en te veel leed in één lunchpauze.

Met een hartelijke groet,
ook namens David,

Harmen

(*alleen de naam van patiënt is verzonnen)


- Welkom
- Feuilleton 1643
- Gedichten
- Korte verhalen
- De schat van de Kooger Kaper
- Op zoek naar de Kooger Kaper
- Fotowerk
- Contact
www.benikinbeeld.com © 2003 - heden