5. Aan de Engelse kust

De oude Engelse bus stopte met krakende remmen op het verlaten dorpspleintje. Mijn zoon Matthijs en ik zijn de laatste passagiers die uitstappen. De late middagzon werpt lange schaduwen over het met grijze keien bestraatte plein. Terwijl we op ons gemak de omgeving opnemen, rijdt de bus hobbelend het plein af. Aan de overkant van het plein staat, naast de kerk, een oude herberg. Met een flinke zwaai slinger ik mijn rugzak op mijn rug en we lopen met een rustige pas naar de herberg. Door de openstaande deur komen heerlijke luchtjes naar buiten. We nemen plaats op het kleine terrasje voor de herberg. Vanaf het terras kan ik tussen een paar woningen door de groen beboste heuvels zien van het natuurreservaat. Het duurt enige tijd voordat de oude herbergier hem opmerkt. "Fish and chips, please," zeg ik, "and a can of water". En you, young man, zegt de herbergier tegen Matthijs. A beefburger and chips please, is het antwoord.
"Nog iets anders," vraagt de herbergier in het engels.
Kunnen we in de herberg overnachten? De herbergier schudt zijn oude hoofd en zegt: "Ik heb maar twee kamers, en die zijn al weken bezet door een paar biologen. Maar de koster die naast de kerk woont heeft misschien een bed vrij. Ik ga zo wel even vragen."
De oude man sloft terug naar de herberg.
Sneller dan ik verwacht komt de herbergier terug. In zijn handen een grote platte borden, één met goudgele chips en een groot stuk gebakken vis, de ander met een beefburger en chips. Een glas water en een schaaltje rauwkost maken de maaltijd compleet.
"De koster komt u over een uurtje ophalen, hij heeft een logeerkamer met twee bedden vrij. Eet u smakelijk."
De maaltijd smaakt ons goed.
Met een voldaan gevoel gaat ik er ontspannen bij zitten. De stralen van de avondzon verwarmen nog net een klein stukje plein voor de herberg. De lange busreis, het voldane gevoel en de zacht warme stralen van de zon maken dat ik al zittend in slaap val.
"Hé, wakker worden, het is tijd om te slapen!", zegt een zware stem naast mij en samen met een stevige por tegen mijn schouder wordt ik ruw uit mijn slaap gewekt. Even weet ik niet waar ik ben. Naast mijn zoon staat een man. Een reus van een man. Deze lacht, samen met mijn zoon, om mijn verbaasde gezicht en zegt: "Ik ben de koster en ik heb een bed voor jullie om in te slapen. Is dit de bagage?" De man tilt de twee zware rugzakken op alsof er niets in zit. Hij loopt in de richting van de kerk en roept over zijn schouder dat we met hem mee moet komen. Nog maar net bekomen van zijn verbazing volgen mijn zoon en ik de grote koster. We lopen langs de kerk en gaan door een laag poortje in een hoge stenen muur. Achter de muur komen we in een prachtige rozentuin. Tientallen verschillende rozenplanten vormen een bloemenzee van geel, wit, roze en rood. Over een smal pad tussen de geurende rozen komen we bij een kleine stal.
De koster doet de deur van de stal open en stapt naar binnen. "Follow me, please," zegt hij. We staan in een eenvoudig ingerichte slaapkamer. Een kleine tafel met twee stoelen en twee bedden. De koster zet de rugzakken naast de tafel en wijst op een deur.
"Dat is de badkamer met een douche, een toilet en een wastafel. Handdoeken zijn er ook. Het kost je 5 pond per persoon zonder ontbijt, o.k.? " "It is o.k.," zeg ik.
"Je kunt morgen in de herberg betalen, daar kan je ook ontbijten," zegt de koster en wijst naar de deur. "De sleutel zit in de deur. Doe de deur wel op slot als je weggaat of als je gaat slapen. Er is de afgelopen weken al een paar keer ingebroken in het dorp. Well, goodnight." En dan gaat de koster weg.
Ik pak mijn rugzak en haal mijn pyjama en toilettas tevoorschijn. Matthijs doet hetzelfde. We tossen wie er eerst mag douchen, Matthijs wint. Als hij klaar is, ga ik onder de douche.
Dan tandenpoetsen en in bed. Al gauw zijn we in een diepe slaap.


- Welkom
- Feuilleton 1643
- Gedichten
- Korte verhalen
- De schat van de Kooger Kaper
- Op zoek naar de Kooger Kaper
- Fotowerk
- Contact
www.benikinbeeld.com © 2003 - heden