1. De eerste

In het groene houten huis naast de kerk of eigenlijk in de tuin achter het huis, werden ongeveer 200 jaar geleden, onder mysterieuze omstandigheden twee kistjes verstopt. Dat is te lezen in "De schat van de Kooger Kaper".

Het volgende verhaal begint op 12 april 1997.
Ik weet dat nog heel goed. Met een grote groep kinderen gaan we op zoek naar de schat. De kinderen staan gespannen te wachten op het begin van de zoektocht. Eindelijk is het dan zover. De deur van het houten huisje gaat open en de kinderen dringen zich naar binnen. Iedereen wil als eerste binnen zijn en de schat vinden.

We gaan eerst naar boven. We zoeken overal. We kloppen op de muren. Een van de vaders maakt met een schroevedraaier een aantal panelen van de muur los. Misschien dat er een holle ruimte achter zit? Een paar kinderen worden op het kleine zoldertje getild. Maar al dat geklop en gezoek heeft geen resultaat.
"We kunnen beter naar beneden gaan", zegt een van de oudste kinderen. "Hier is alles al nieuw, beneden is het nog oud." "Ja", zegt een ander, "daar hebben we veel meer kans."

De hele groep kinderen rent naar beneden om daar te gaan zoeken. De ouders komen er wat rustiger achteraan. Toch zie ook aan hun gezichten een groeiende spanning. Zou er echt een schat te vinden zijn in dat ouwe huisje?
Beneden zoeken de kinderen op dezelfde manier als boven. Ze kruipen in alle stoffige hoeken en bekloppen alle muren.
Uit de keuken klinkt opeens een kreet.
Planken kraken, en er wordt een oud luik in de muur open getrokken.
Erachter ligt een donker hok. Nu kan de zaklantaarn dienst doen. Achter in de kleine, op een punt uitlopende ruimte, staan twee kistjes. Vol met oude spinraggen en tweehonderd jaar stof.
De kistjes worden voorzichtig de keuken in gedragen en op de tafel gezet. De kinderen verdringen zich om de tafel met de twee geheimzinnige kistjes. Met een klauwhamer en een oude schroevedraaier worden de kistje open gemaakt.

Het eerste kistje is helemaal leeg. De kinderen zijn een beetje teleurgesteld. Snel beginnen we aan het tweede kistje.
"Er zit iets in", schreeuwt een van de kinderen.
De spanning is om te snijden.
Uit het tweede kistje komen een half verbrand stuk papier en een oude bijbel zonder kaft.
Een paar kinderen vouwen het papier open.
"Het is een kaart", zegt er één.
"Kijk, hier staat een kruisje."
De kinderen bestuderen samen met hun ouders de oude kaart. "Ik weet hoe het moet", zegt een van de kinderen. "We moeten eerst naar de achterdeur. Dan moeten we zeven passen naar de Zaan toe. En dan twee passen naar rechts."
De hele groep rent door de deur de tuin in. De meeste lopen in het wilde weg te zoeken.
Twee jongens blijven staan bij de achterdeur. Zorgvuldig tellen ze de passen. Eerst zeven passen in de richting van de Zaan. Dan twee passen naar rechts. Hier moeten we graven. Een van de vaders heeft een grote schep en begint op de aangewezen plek te graven. Het wordt een diep gat. We vinden stenen, stukken ijzer en andere rommel. "Het is vast allemaal nep", zegt een van de kinderen.
Opeens zien we aan de zijkant van het diepe gat iets glimmen. Het is een ronde blikken bus die uit de zijkant van het gat komt. Op een werkbank maken we de bus open. De bus zit vol. Vol met blauwe linten en goudkleurige medailles. Er hangt nog steeds zo'n medaille op het prikbord. Alle kinderen krijgen er een mee naar huis. Een leuk aandenken aan een spannende zoektocht.
Het kistje, de kaart en de bijbel neem ik mee naar huis.


- Welkom
- Feuilleton 1643
- Gedichten
- Korte verhalen
- De schat van de Kooger Kaper
- Op zoek naar de Kooger Kaper
- Fotowerk
- Contact
www.benikinbeeld.com © 2003 - heden