7. Op zoek naar de schat

"En dat is het hele verhaal dat bekend is in onze familie," zegt Kees Siebersma, "Ik hoop dat u er iets aan heeft bij het zoeken naar de schat." Hij staat op om weg te gaan. Ik steek mijn hand uit om afscheid te nemen en stamel een paar woorden als dank.
En daar gaat Kees Siebersma net zo kordaat als hij gekomen is. Bij de deur van het restaurant draait hij zich nog even om en roept: "Maar wel oppassen, er zijn meer kapers op zoek naar de schat."
De laatste woorden echoën door mijn hoofd en laten me niet meer los. Het duizelt me een beetje en ik overdenk alles wat ik tot nu toe ontdekt en gehoord heb.
Eerst het dagboekje van Maartje.
Daarna de brief van Jacob.
En nu het verhaal van Siebersma.
En dan die bijzondere inbraak op het bouwterrein van de kerk. Er is niets gestolen, maar iemand heeft alles onderzocht. Alle kastdeuren stonden open. Er waren een paar plafondplaten losgemaakt. Waren dat kapers op zoek naar de kistjes met de schat?
Wat is die schat toch? En ik moet oppassen voor die kapers. Wie gaat er nou op zoek naar een paar oude bijbels, die al tweehonderd jaar oud zijn? Of is er nog iets anders verstopt in die kistjes?
In de dagen die volgen schrijf ik het verhaal van Siebersma op.

Er zijn alweer een paar weken voorbij.
"Een brief voor de Kooger Kaper, pap," zegt mijn zoon terwijl hij de post van de deurmat oppakt. Het is een grote bruine enveloppe.
"Aan de Kooger Kaper" staat er met sierlijke letters.
Nieuwsgierig maak ik de enveloppe open en haal de inhoud eruit. Een groot aantal kopieën van een oud met de hand geschreven boekje. Het kost mij enige moeite om het handschrift te ontcijferen. Met groeiende verbazing lees ik wat van de woorden die op de kopieën staan. Wie zou dit geschreven hebben? Ik lees alles in één keer door en dan, plotseling weet ik wie de schrijver is. Op de laatste bladzijde staan, met balpen geschreven, een aantal regels.
"Dit is uit het dagboek van Jacob Klompenmaker. Houdt deze kopieën verborgen totdat je de schat hebt gevonden. K.S."
K.S.?
Dat is Kees Siebersma!
Dus ik moet de schat gaan zoeken!
Twee kistjes met bijbels. Bijbels met harde voorkanten. En de oude Siebersma wilde alleen maar de harde voorkanten hebben. Misschien staan er aanwijzingen in het dagboek van Jacob Klompenmaker.
Hij begint zijn verhaal op de dag dat hij zijn brief naar Maartje Teeuwen brengt.

Terwijl Jacob zijn brief aan Maartje nog een keer doorleest denkt hij aan de woorden van zijn buurman, die sluwe knecht van Siebersma. "Wat zei hij nou, hij noemde mij schatgraver. Hoe weet hij van die dingen?"
"Wacht even, hij heeft Thijs en mij afgeluisterd. Bij het bruggetje." Nu wordt Jacob wel een beetje benauwd. "Wat moet ik doen? Thijs zou het wel weten. Die denkt niet eens over die dingen na." "Even rustig nadenken Jacob," zegt hij tegen zichzelf. In gedachten voert hij een gesprek met zijn vriend Thijs. En dan weet hij wat hem te doen staat.
Eerst aan vader vragen of hij de brief naar Maartje mag brengen. Hij krijgt toestemming en gaat meteen op pad. Het is nog vroeg op de avond. Toch haast hij zich over de smalle Westzijde.

Maartje is alleen thuis. Haar ouders zijn op bezoek bij buren, even verderop. Ze kijkt blij verschrikt op als Jacob onverwacht het huis binnenvalt. Buiten adem geeft hij de brief aan Maartje. En terwijl Maartje de brief leest komt Jacob weer op adem. We moeten de kistjes verstoppen," zegt hij. "De knecht van Siebersma heeft ons afgeluisterd."
Maartje zit even stil na te denken. En dan zegt ze: "Wij hebben de sleutel van het huis van Evenblij. We kunnen de kistjes nu ophalen. Durf je?"
Jacob aarzelt even en zegt: "Ja, maar je ouders, die mogen niets merken."
Dan staat Maartje kordaat op en zegt: "Mijn ouders zijn op visite bij de buren, die merken er niets van." Ze pakt de sleutel en gaat naar buiten.
Jacob loopt achter haar aan.
Even later staan ze voor het huis van Evenblij. Maartje maakt de deur los met de sleutel. Ze gaan snel naar binnen. Het is donker in het huis, maar ze kennen de weg naar de zolder. Het kleine beetje avondlicht is net voldoende en ze hebben de kistjes snel gevonden. Heel voorzichtig gaan ze met de kistjes de trap af, door de gang naar de hal.
Opeens is er een geluid bij de achterdeur.
Er komt iemand binnen!
Ze kruipen weg in een donker hoekje van de hal. Vanuit hun schuilplaats horen ze voetstappen in de gang. Even is het stil. Dan klinkt het gekraak van de houten trap. Er gaat iemand naar boven, naar de zolder.
Jacob stoot Maartje aan en fluistert: "Snel, we moeten nu naar buiten." Heel voorzichtig openen ze de voordeur. Ze dragen de kistjes naar buiten. Met een zacht geluid valt de deur achter hen dicht. Maartje draait de deur op slot. Samen dragen ze de kistjes snel naar het huis van Maartje.
Daar verstoppen ze hun schat in een donker hoekje van de winkel. Dan neemt Jacob afscheid van Maartje. "Morgenmiddag kom ik langs met gereedschap," zegt Jacob. "Dan maken we de kistjes open."


- Welkom
- Feuilleton 1643
- Gedichten
- Korte verhalen
- De schat van de Kooger Kaper
- Op zoek naar de Kooger Kaper
- Fotowerk
- Contact
www.benikinbeeld.com © 2003 - heden