| Ben ik in beeld? | Pelikaan | Natuur | Langs de Zaan | Bouwen | Gratis website? |
| De Kooger Kaper | Deel 1: De schat van ... | Deel 2: Op zoek naar ... | Gedichten | Korte verhalen | Feuilleton
 

De schat van de Kooger Kaper
door Harmen Meijer

 
   

Deel 1

hfst.1

hfst.2

hfst.3

hfst.4

hfst.5

hfst.6

hfst.7

hfst.8

verklaring

verantwoording

 
De schat van de Kooger Kaper
8. De kistjes gaan open

Die middag gaat Jacob vol goede moed op pad. Zijn gereedschap draagt hij in een zak over zijn schouder. Hij loopt over de Heeregracht, langs het huis van de knecht. Jacob merkt niet dat zijn vader hem nakijkt. Over de brug gaat Jacob linksaf de Westzijde op.
Vlakbij het Ruyterveer wordt hij ruw vastgepakt door een paar sterke handen. Hij probeert zich los te wringen. Maar de man is te sterk. Dan ziet Jacob het gezicht van de man. Het is de knecht van Siebersma! "Mondje dicht schatgraver," snauwt hij Jacob toe, " anders vertel ik alles aan je vader."
Met een snelle pas loopt de man naar het haventje. Hij trekt Jacob met zich mee en zet hem in een sloep. Hij maakt het touw los en vaart de Zaan op. Het gaat allemaal zo snel. De sloep vaart al in het midden van de Zaan voordat Jacob beseft dat hij ontvoerd wordt.
Dan vertelt de knecht wat Jacob moet doen, en weer dreigt hij. Jacob moet de inhoud van de kistjes aan de knecht geven. Niet de hele inhoud, maar de harde voorkanten van de bijbels. Zo niet, dan worden de ouders van Maartje en Jacob ingelicht over hun avonturen.
Trillend van schrik en angst belooft Jacob om te doen wat de knecht van hem vraagt.
Een korte tijd later legt de sloep aan bij het achtererf van de familie Teeuwen. Jacob wordt op de wal gezet. "Denk erom," zegt de knecht dreigend, "alleen de harde voorkanten wil ik hebben. En niet te lang treuzelen, want dan kom ik je halen."
Het huilen staat Jacob nader dan het lachen. Met lood in zijn schoenen loopt hij naar het huis van Maartje en doet de achterdeur open.
Hij stapt de keuken binnen.
Als versteend blijft hij in de deuropening staan. Zo schrikt hij van wat hij ziet. Aan de tafel zitten drie personen. Zijn eigen vader, de vader van Maartje en Maartje zelf. Maartje zit met een gebogen hoofd. Ze huilt.
Op de keukentafel staan de twee houten kistjes.
"Hier is je zak met gereedschap, hij lag op straat bij het Ruyterveer. En waar ben jij de hele tijd geweest?" zegt zijn vader. "Maar ga eerst even zitten, je ziet eruit of je een spook hebt gezien." "Vertel eens, wat is er gebeurd?"
En Jacob vertelt van de knecht van Siebersma, de ontvoering, en van de belevenissen met Maartje en Thijs. Jacob is blij dat hij alles heeft verteld. Nu kan de knecht van Siebersma hem niet meer bang maken en bedreigen.
Maartje heeft ook alles al opgebiecht.
De vader van Jacob kwam een half uur geleden plotseling de winkel binnen. "Is Jacob hier?" vraagt hij aan Maartje en haar vader. "Ik heb zijn zak met gereedschap gevonden op straat. Wat gaan jullie ermee doen?" Dan wordt alles te veel voor Maartje. Ze barst in snikken uit en wijst met haar hand naar de hoek een de winkel. Maartjes vader gaat kijken en dan ziet hij de verborgen kistjes staan. Ze dragen de kistjes naar de keuken en proberen dan Maartje te kalmeren. Met horten en stoten vertelt ze haar verhaal. Maartje is net klaar als Jacob de keuken in komt.
"Dat jullie dat allemaal hebben gemerkt," zegt de vader van Maartje. "Ik maar denken dat niemand iets zou merken van onze nachtelijke tocht."
Dan vertelt Klompenmaker zijn verhaal.
"Luister Jacob, ik zal je vertellen waarom we die kistjes hier in de tuin verstopt hebben.
Siebersma was van plan de oude bijbels van de kerk te verkopen. Met dat geld wilde hij wapens en munitie kopen voor de schutters, zei hij. Dat idee viel natuurlijk niet goed in de kerkenraad. Siebersma kreeg een verbod om zijn plannen uit te voeren. Bijbels verkopen voor wapens, het idee alleen al."
"Maar ik," zei vader, "vertrouwde Siebersma niet en besloot samen met mijn vrienden de bijbels uit de kerk te halen." Die vrienden van Klompenmaker zijn Teeuwen, Maartjes vader, en Evenblij, de oom van Thijs.
"We moesten snel handelen voordat Siebersma de kans zou krijgen om de voorraad oude bijbels toch stiekem te verkopen. Hij had de hele voorraad al ingepakt in de kistjes.
Het probleem was dat Siebersma de hele dag in en rond de kerk aanwezig is. Een aantal van zijn bedrijven liggen op de Dam en dat is vlak bij de Oostzijderkerk.
Dus moesten wij de bijbels 's nachts naar een veilige plaats brengen. We maakten gebruik van een oude sloep om de bijbels vervoeren. De kistjes zouden we later weer opgraven. En dan, als de rust straks is weergekeerd, gaan we de bijbels repareren. Voor het weeshuis en voor de kerk."
"Vooruit laten we de kistjes maar open maken," zegt Teeuwen. "Ik wil graag weten waarom de knecht van Siebersma zo gek is op de harde voorkanten van die bijbels. Van mij mag hij ze hebben."
Jacob haalt zijn gereedschap tevoorschijn. Samen met Maartje maakt hij de kistjes open. Ze zitten vol met oude stukgelezen bijbels. De harde voorkanten liggen er los bij. Onder de voorkanten ligt een linnen zak. Ze leggen de voorkanten op tafel. De kistjes zetten ze op de grond. Nauwkeurig bekijken ze de voorkanten . Het lijkt wel of er munten in zitten? Heel voorzichtig halen de kinderen de munten eruit. Er blijven holle ruimtes achter in de kaft.
"Dat zal de knecht merken," zegt Jacob.
Maar Maartje heeft een idee. Ze haalt een bus met grote knopen uit de winkel en pakt net zoveel knopen als ze nodig heeft en stopt die op de lege plaatsen.

Op dat moment wordt de achterdeur ruw open gesmeten.
In de deuropening staat een grote man. Het is de knecht van Siebersma. De knecht springt naar voren, grist de voorkanten van de tafel en rent snel de deur uit. De vaders, Maartje en Jacob kijken elkaar verbaasd aan. Dan springt de vader van Maartje op en rent ook naar buiten. Hij ziet nog net dat de knecht in een sloep springt en snel weg vaart.

De knecht denkt alleen maar aan zijn beloning, de rest kan hem niets schelen.

De vader van Maartje gaat terug naar de keuken. Samen bekijken ze de munten die op tafel liggen. "Daar moet ik een jaar hard voor werken," zegt Klompenmaker. "Nu begrijp ik waarom de knecht van Siebersma die voorkanten wilde hebben. We zullen de kerkenraad inlichten. Siebersma moet verantwoording afleggen voor zijn daden."
"Jacob, maak jij de kistjes even dicht," zegt zijn vader. Jacob loopt naar de kistjes toe en ziet het linnen zakje. Hij pakt het zakje uit het kistje en legt het op tafel.
"Wat zit hier in?" vraagt hij.
Teeuwen maakt de linnen zak open. Hij houdt een paar metalen schijven in zijn hand. Ze bekijken de voorwerpen zorgvuldig. Aan één kant van de schijf zit een verdieping, een cirkel, met allemaal onleesbare tekens. "Ik heb geen idee wat dit is," zegt Teeuwen. Maar dan pakt Maartje één van de munten en stop die in de verdieping van de schijf.
De munt past precies.
"Maar dat zijn stempels om munten te slaan," roept Klompenmaker. "Dat is werk voor de Schout. We gaan meteen naar hem toe."
Ze stoppen het geld en de stempels in de linnen zak.
"De kistjes met bijbels kunnen hier wel blijven staan," zegt Teeuwen.
"Kinderen," zegt Klompenmaker, "wat ben ik blij dat jullie de kistjes hebben gevonden.
Eindelijk kunnen we bewijzen dat Siebersma een man is die slechte dingen doet."


Het is heel gezellig in de huiskamer bij de familie Klompenmaker. Maartje en haar ouders zijn op bezoek. Ze vieren de goede afloop van het avontuur met de kistjes.
De knecht is door de schout opgepakt en in een kerker gegooid. Siebersma heeft huisarrest gekregen, hij was te oud en te ziek om opgesloten te worden.
"Gelukkig is het allemaal goed afgelopen," zegt de moeder van Jacob "Ik hoop dat het nu wat rustiger wordt."