Het feest van de eerste oogst is op de tweede dag van Pesach. Vanaf
die dag worden er 50 dagen geteld tot aan het oogstfeest of het wekenfeest.
Het tellen van de dagen is een opdracht van God en staat in Leviticus
beschreven.
Het eerste offer wordt "Omer" genoemd en dat betekend ook letterlijk
schoof.
Na Pesach begint ook de oogst van het gerst. De eerste schoof van gerst
die wordt geoogst, breng je naar de priester in de tempel als dankoffer.
Op het oogstfeest, 50 dagen later, wordt een schoof van tarwe naar de
tempel gebracht als dankoffer. De tijd tussen de twee dankoffers is een
tijd van hard maar dankbaar werken aan de oogst.
Nadat de tempel in het jaar 70 door de romeinen is verwoest konden er
geen dankoffer meer worden gebracht in de tempel.
In de jaren daarna verspreide het joodse volk zich over de gehele wereld.
Maar bijna overal ontstonden vervolgingen en werden joden opgejaagd (kruistochten
en pogroms). Dat gebeurde vooral in het voorjaar. Daarom is tegenwoordig
de omertijd, de tijd van 50 dagen tellen een tijd van rouw en verdriet.
|