|
Een (zonne)jaar is ongeveer 365 dagen. Dat is de
tijd die de aarde nodig heeft om één keer om de zon te draaien.
Elke vierde jaar komt er een dag (schrikkeldag) bij.
De joodse en ook bijbelse kalender gaat niet uit van het draaien om de
zon, maar van het draaien van de maan om de aarde (een maanjaar). Een
omloop van de maan duurt 29,5 dagen.
Het joodse jaar kent twaalf maanden als het een gewoon jaar is en dertien
maanden in het geval van een schrikkeljaar. Iedere maand heeft 29 of 30
dagen. Dat aantal hangt samen met de omloop van de maan om de aarde die
29,5 dag duurt. Iedere joodse maand begint en eindigt met nieuwe maan.
Twaalf (maan)maanden tellen 354 dagen.
Er is dus een tekort van elf dagen van het maanjaar ten opzichte van
het zonnejaar. Om te voorkomen dat de joodse feestdagen, die seizoensgebonden
zijn, gaan schuiven door het zonnejaar wordt zeven keer in de negentien
jaar een maand toegevoegd aan het joodse jaar. Dat gebeurt in het derde,
zesde, achtste, elfde, veertiende, zeventiende en negentiende jaar. Om
die manier blijft het joodse jaar in pas lopen met de maanstonden én
met het zonnejaar.
De namen van de maanden zijn: Nisan, Ijar, Sivan, Tammuz, Av,
Elul, Tisjri, Chesjwan, Kislev, Tevet, Shevat, Adar. In een schrikkeljaar
wordt een extra maand toegevoegd tussen adar en niesan. Deze krijgt de
naam adar I en de originele maand adar wordt adar II genoemd. Dat betekent
onder andere dat het Poeriemfeest dat in adar valt dan wordt gevierd in
de adar II.
Om zeker te zijn dat joden in de diaspora (buiten Israël) op de
juiste dag de feesten vierden werden Rosj Hasjana (joods Nieuwjaar) en
de oogstfeesten met een dag verlengd. Orthodoxe joden buiten Israël
doen dit nog steeds, ook al kan de kalender sinds de 4de eeuw nauwkeurig
berekend worden. Uit deze tijd dateert ook de joodse jaartelling, die
men volgens de traditie bij de schepping laat beginnen. De kalender telt
de dagen van zonsondergang tot zonsondergang. Iedere dag begint dus aan
de vooravond, bij het invallen van de duisternis. Zo begint Sjabbat (de
wekelijkse rustdag) op vrijdagavond. De dagen van de week hebben geen
naam maar een nummer. Zo heet zondag de eerste dag, maandag de tweede.
Alleen de zevende dag, de rustdag heeft een naam, Sjabbat.
|